Brus

Een paar weken geleden kwam ik mijn kleuterjuf van vroeger tegen. Oké, niet geheel toevallig: het was op een reünie. Mijn kleutertijd zo ongeveer de leukste tijd van mijn leven geweest. Wat, als ik dat zo lees, eigenlijk best treurig overkomt… Ik bedoel vooral dat ik nog steeds dingen weet die ik van haar geleerd heb. Uitspraken als “geef jezelf maar een schouderklopje” zingen nog steeds in mijn hoofd rond. En ik heb levendige herinneringen aan de poppenhoek en aan de kerstvieringen. Toen je nog met echte kaarsjes mocht – doodeng, en dan wekenlang oefenen op dat ene liedje.


Maar er is ook iets anders waardoor ik me haar zo goed herinner, iets van een aantal jaar later. Ze heeft namelijk niet alleen mij, maar ook mijn beide zusjes in de kleuterklas gehad. Dat was helemaal niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, want Anne, mijn 4 jaar jongere zus, is verstandelijk beperkt. 

In het begin kreeg ik daar niet zoveel van mee. Ze was voor mij vooral de leuke baby om mee te tutten (of alvast uit bed te halen en boven de trap te laten bungelen, omdat ik mama wilde ‘helpen’). Pas toen ze een jaar of drie was ging het echt flink mis. Ze kreeg heftige epileptische aanvallen, die ik nooit van mijn netvlies zal krijgen. Vanaf toen draaide niet alles, maar wel veel om Anne.

Ze ontwikkelde zich nog wel zo ver dat ze dus begon in een reguliere kleuterklas. Voor mij de gewoonste zaak van de wereld om samen met mijn zusje naar school te gaan, voor mijn ouders waarschijnlijk enorm spannend: hoe lang zou ze het redden? En wat zou er daarna komen? Juf Agaath ging het avontuur aan. En heel pedagogisch legde ze aan de klas uit dat Anne soms ‘aanvalletjes’ had, en vaak naar het ziekenhuis moest. Ze had zelfs een klein boekje gemaakt en las daar dan uit voor.

Dat ene schooljaar is niet eens een heel jaar geworden. Al snel werd duidelijk dat het flink mis was met Anne, en moest ze opgenomen worden in een epilepsiecentrum. Voor mijn ouders natuurlijk enorm heftig. Pas nu ik zelf moeder ben van een zorgintensieve peuter lukt het me om een beetje in te voelen hoe hartverscheurend het kan zijn om de zorg voor je kind uit te moeten besteden. Maar voor mij als oudere zus was het ook indrukwekkend. Al dat verdriet van mijn ouders, de onzekere toekomst, en intussen maar gewoon kind proberen te zijn.

En dat is waar juf Agaath voor mij weer in beeld kwam. Als eerste hielp ze mij zien wat het is om een brus te zijn. Mocht je dat woord niet kennen, een brus is niet iemand uit de hoofdstad van België, maar een samenvoeging van ‘broer’ en ‘zus’ die gebruikt wordt voor broers en zussen van mensen met een beperking. Er zijn tegenwoordig aardig wat lotgenotengroepen en activiteiten, en er is zelfs een goed boek over geschreven: check www.brussenboek.nl.

boek-groot-fw_2

Juist in de periode dat iedereen aandacht had voor Anne, en ik mij steeds meer terugtrok in mijn schulp (bekend gedrag bij brussen: vooral niet opvallen, geen aandacht trekken, papa en mama hebben al genoeg aan hun hoofd), schreef zij mij een brief. Een echte brief, helemaal alleen voor mij. Daarin schreef ze dat ze veel moest denken aan mij, dat het allemaal heel ingewikkeld was, dat de komende tijd niet makkelijk zou worden. Ze schreef dat ik niet moest vergeten dat ik ook belangrijk was en de moeite waard. En er zat een kadootje bij: een pluchen konijn met een jurkje aan. Helemaal alleen voor mij, een soort troostknuffel.

Zou ze enig idee hebben dat ik die brief altijd bewaard heb? Dat die knuffel zelfs tot in mijn studententijd steeds met me meeverhuisd is? Hoe ingewikkeld de jaren daarna ook werden – want we hadden toen inderdaad nog geen flauw idee – ergens was er altijd dat stemmetje in mijn hoofd: jij doet ertoe.

Vorige week zag ik haar dus weer. Ze is allang met pensioen. Heeft honderden kleuters gehad, waarvan de meesten dus inmiddels ruim de 30 zijn gepasseerd. Maar meteen liep ze op me af: “Hoe kan ik jou nou ooit vergeten?” Ze vroeg uiteraard hoe het was met Anne. En schrok zichtbaar van de foto die ik liet zien. Het is ook niet niks, hoe ze eigenlijk sindsdien alleen maar achteruit is gedaan, en nu functioneert op het niveau van een kind van nog geen jaar. Maar ze vroeg ook hoe het met mij ging. Zei dat ze altijd nog aan me gedacht heeft. Niet uit een soort medelijden, maar oprechte betrokkenheid. Omdat sommige mensen voor altijd een warm plekje in je hart verdienen.

Inmiddels ben ik al 30 jaar brus. En mijn jongste zus, die vijf jaar na Anne geboren is heeft ook zo haar ervaring. Anders dan die van mij, maar daardoor niet minder uitdagend. Brus zijn heeft zo zijn ups en downs. Maar door juf Agaath zal ik nooit vergeten dat ik gezien ben, en geliefd. En dat gaf me een stevige basis.

Lang leve brussenliefde!

Deel dit:
Share