IMG_2684

Neonletters in de mist

Het was mistig. Zo mistig dat ik het gevoel had dat ik de druppels opzij moest duwen, alsof ik door een dikke wolk fietste. Ook was het koud genoeg om behoorlijk ongemotiveerd naar buiten te gaan – als ik niet had afgesproken met een lieve vriendin, zou ik zo lang mogelijk met een dekentje op de bank zijn blijven zitten.

We hadden afgesproken in wat heel wat jaartjes mijn favoriete cafe (als je er vooral koffie drinkt mag je het denk ik geen stamkroeg noemen?) was in Amsterdam, vlakbij het station. Ook in de grote stad hingen de wolken laag. Mijn peuter zou zeggen: “Mama, de lucht is helemaal wit geworden!”

Zo aan het eind van het jaar lijken mijn gedachten ook niet zo helder. Het was weer zo’n jaar: veel gebeurd, veel nagedacht, gelezen, geloofd, getwijfeld, gepraat en gezwegen. Ik ben weleens een beetje jaloers op mensen die alles zo lekker overzichtelijk lijken te hebben: aan het begin van het jaar een paar goede voornemens en duidelijke doelen, aan het eind van het jaar alles evalueren en met een bijgesteld plan het nieuwe jaar in. Of bestaan die mensen alleen op social media?

Mijn bijbelleesrooster was half januari al kwijt, mijn geloofsleven soms getekend door twijfel en dan weer door enthousiasme. Mijn plannen om in de kerstvakantie eens lekker de tijd te nemen om mijn leven op een rijtje te zetten en tegelijkertijd de rommel in huis op te ruimen werden onderbroken door triviale zaken als familiebezoek, gezelligheid, knutselen met de peuter en veel naar buiten. En stiekem ook wat Netflix. O wacht, niks triviaals aan eigenlijk: dat is juist al het fijne van vakantie! Maar goed, eind 2017 is mijn hoofd, mijn huis en mijn leven dus niet overzichtelijker dan aan het begin.

Daarover mijmerend liep ik vanaf het Centraal Station richting het cafe. Al vanaf het stationsplein zag ik de neonletters bovenop het gebouw oplichten, zelfs door de mist: “GOD ROEPT U – JESUS LOVES YOU.”

De eerste woorden stammen nog uit de tijd dat het gebouw gebruikt werd door het Leger des Heils, zo op de hoek van de wallen. Vanaf de jaren ’80 – na een flinke tijd leegstand – kwam het in het bezit van zendingsorganisatie Jeugd met een Opdracht. Dat herstelde de letters in hun oude glorie en voegde er de tweede zin aan toe. Als een boodschap aan de stad.

Al wel duizend keer heb ik die letters gezien. Meestal vallen ze me niet eens op. Ze doen me niet zo veel. Soms, door de ogen van toeristen die ik meeneem, zie ik ze weer even. “O ja, het JESUS LOVES YOU gebouw, dat is waar ook.”

Maar vandaag raakten de woorden me, in al hun eenvoud. Misschien is dit wel het enige dat ik echt hoef te weten. God roept mij. Niet met een harde donderstem uit de hemel, niet met een grootste en meeslepende opdracht of ‘roeping’. Maar Hij zoekt wel mijn aandacht. Hij reikt uit om contact te maken. En ik ervaar het als een vraag: “Ben je wakker? Ben je erbij? Let je op? Ben je echt aanwezig?” En dan de simpele boodschap dat Jezus van me houdt. Zo vaak gehoord dat het bijna cliché klinkt. Maar ik heb het nodig. Ik moet er af en toe aan herinnerd worden dat mijn identiteit verweven is met de liefde van God. Dat ik in alle onzekerheid en onduidelijkheid mag weten dat ik geliefd ben, dat ik gezien word. Nog voordat ik een lijstje maak met goede voornemens of dingen die ik wil bereiken.

Het doet me denken aan het verhaal in Matteüs 3, over de doop van Jezus. Nog voordat Jezus ook maar een wonder verrichtte, liet hij zich door Johannes de Doper onderdompelen in de Jordaan. Zodra hij boven water komt, scheurt de hemel open (ik stel me een mistige dag door, waar opeens de zon doorbrak), daalt er een duif neer en hoort iedereen een stem: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde!”

Jezus wist zich geroepen door de Vader, leefde met volledige aandacht en aanwezigheid, en nog voordat hij die roeping ten volle uitleefde, wist hij zich geliefd.

Of het nou een open hemel, en stem en een duif is, of dat het neonletters zijn in de mist, God weet als het nodig is altijd de aandacht te trekken. En mijn enige echte voornemens zijn om naar die stem te luisteren, en in neonletters in mijn gedachten te houden dat Hij me zoekt en van me houdt.

Gelukkig 2017!

prayer

Bidden werkt niet

Een paar dagen geleden zag ik er weer een. Zo’n berichtje op social media van een verre kennis (die ik op de een of andere manier toch blijf volgen, wat ik dus eigenlijk gewoon niet moet doen). Het was iets met veel uitroeptekens en hoofdletters, in de trant van: “BIDDEN WERKT! Want ik was mijn sleutels kwijt en toen heb ik gebeden en toen liet God me zien waar ze lagen en toen was ik dus niet te laat voor mijn werk.”

Jeuk

Ik krijg daar allerlei soorten jeuk en uitslag van. En ik heb er de rest van die dag over gepiekerd hoe het komt dat ik zo geïrriteerd raakte van die opmerking. Mijn eerste, bijna emotionele, reactie zorgde dat ik bijna naar mijn scherm riep: “O ja? Nou, fijn voor je. Dat je God zo in je broekzak hebt. Dan heb ik nog wel een paar gebedsonderwerpen om uit te proberen!” Gelukkig wist ik me in te houden. Dat wil zeggen, ik zette het niet op facebook. Maar mijn lieve echtgenoot kreeg de volle laag van mijn frustraties.

Zo’n eerste reactie zegt denk ik meer over mij dan over degene die dit berichtje schreef. Zij was waarschijnlijk gewoon blij dat ze haar sleutels weer had. Ze wilde vast haar omgeving bemoedigen met het goede nieuws dat God betrokken kan en wil zijn bij elk detail van ons leven. Dat siert haar. Alleen ik zag nog zo duidelijk voor me hoe een paar dagen daarvoor een dringende oproep op diezelfde pagina stond. Of zoveel mogelijk mensen wilden bidden voor een doodziek kindje. En even later de boodschap dat het kindje in het ziekenhuis overleden was.

Is God oneerlijk?

Dat is denk ik mijn probleem met ‘bidden werkt’: het is zo oneerlijk. Wat voor God beantwoordt wel een gebed over verloren sleutels, maar laat een baby sterven? Hoe kan het dat het ene gebed blijkbaar wel effect heeft, en het andere niet?

En toch geloof ik met mijn hele hart in de kracht en noodzaak van gebed. Of het nu spontaan is, met of zonder woorden, uit een liturgie, of uit je tenen, of je gepassioneerd en emotioneel bent, of juist stil en formeel: als je bidt, gebeuren er dingen. Maar dat komt niet door het toepassen van de juiste regels of het correcte stappenplan. Het komt niet door het toepassen van die ‘sleutels’ uit de preek of door het gebruiken van de geestelijkste woorden. Dat gebed iets in beweging zet, komt door God. Niet door ons.

Bidden op een bankje

Jarenlang heb ik gedacht dat ik slecht was in bidden. Ieder z’n ding, dacht ik. Ik ben weer goed in andere dingen. Zo’n Bijbeltekst als “Bidt zonder ophouden” (1 Thes. 5:17) bezorgde me meer schuldgevoel dan uitdaging. Tot ik een tijdje geleden een persoonlijk verhaal las van Sarah Bessey – een van mijn favoriete auteurs, die zichzelf omschrijft als ‘recovering know-it-all’. Zij schreef over bidden als haar liefdestaal. Ze legde uit dat het haar helpt om haar gesprekken met God te visualiseren. Als gebed echt gaat om relatie met God, vertelt ze, dan is het niets meer en niets minder dan een vertrouwd gesprek. Ze stelt zich voor dat ze in haar hart een bankje heeft, en wanneer ze bidt, schuift ze een stukje op en nodigt Jezus uit om naast haar te komen zitten. En dan praten ze met elkaar.

Dat heeft weinig te maken met een stappenplan of een gebruiksaanwijzing. Het is niet hard genoeg roepen zodat God je ook door het plafond heen kan horen. Bidden is dan niet een klus om te klaren, maar eenvoudigweg de taal die je spreekt. En toen ik er op die manier over nadacht, realiseerde ik me dat het er helemaal niet over gaat of gebed werkt, of dat je er goed in zou zijn. Het gaat erom dat je ruimte maakt in je hart. Het gaat erom dat je God uitnodigt om naast je te komen zitten, en je best doet om in het gesprek met Hem zo weinig mogelijk ruis op de lijn te hebben.

Zoeken naar taal

En dan kun je met Hem je hart delen. Vragen om de genezing van een kind, en hem vertrouwen met de uitkomst van dat gebed. Dan kun je boos zijn op Hem als er geen antwoord komt, je frustratie naar Hem uiten. Je kunt Hem betrekken in de allerkleinste details.

Ik denk dat het niet zo uitmaakt welke vorm je daarin kiest. Misschien is het wel een kwestie van een taal zoeken die bij je past. Laten we elkaar blijven aanmoedigen om te bidden, erover praten, elkaar helpen om ruimte te creëren, woorden te vinden. Maar laten we ophouden om te zeggen dat bidden ‘werkt’. Daar is het veel te kostbaar voor.

// Hoe zie jij gebed? Vind je het moeilijk om te bidden? Hoe maak jij ruimte in je hart en in je agenda? Welke ‘taal’ spreekt jou het meeste aan? Ik ben benieuwd naar je reactie!

photo-1452110040644-6751c0c95836-1100x440

Alleen met mijn gedachten

Vandaag ben ik vrij. Dat wil zeggen, ik hoef niet naar mijn werk. Of ik echt ‘vrij’ ben, heb ik geleerd, dat ligt volledig aan mezelf.

Man is naar het werk, kind is naar het kinderdagverblijf… Ok, laat ik hier even stoppen. Ik hoor je wel denken: “Als jij vrij bent, waarom besteed je dan je kind uit aan een ander, wat egoïstisch, zoveel moeders – en vaders – zouden alles geven voor een paar uurtjes voor zichzelf. Dus wat zeur je nou?”

Eigenlijk hoorde ik je niet denken. Ik hoorde vooral mijn eigen gedachten dingen invullen die
waarschijnlijk bijna niemand denkt maar waar ik wel bang voor ben omdat ik nou eenmaal snel last heb van knagend schuldgevoel. Het is makkelijker om dat dan op de grote boze buitenwereld te projecteren. Je weet wel, de bekende ‘ze’.

“Me-time”

Maar goed, als ik niet beter zou weten, zou ik zeggen dat ik dus technisch gezien ‘me-time’ heb. Alleen met mijn gedachten. Of in mijn geval, met mijn to-do-list. Mijn relatie met mijn to-do-list is ingewikkeld. Ik hou ervan en ik heb er een hekel aan. Mijn eeuwige stapel Post-it’s is al een tijdje geleden vervangen door een superhandig appje waarmee ik zo’n beetje mijn hele leven organiseer. En synchroniseer. Ik heb alles helemaal onder controle.
Behalve dan dat er steeds meer dingen óp het lijstje komen, en er niet heel veel af gaat. Sinds ik moeder ben, ben ik zo verstrooid als een oude professor en dus variëren de onderwerpen op het lijstje nogal. Anders vergeet ik nog om de planten water te geven of het vuilnis buiten te zetten. Of na te denken over de toekomst. Kijk maar:

IMG_9987

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe meer er op het lijstje staat, hoe schuldiger ik me voel. Nu weet ik dat er allerlei handige cursussen bestaan over time management en prioriteiten stellen enzo. Die heb ik ook gedaan. Ik weet heus wel dat er geen man overboord is als ik de kranten niet vandaag maar over een paar dagen pas naar het oud papier breng. Toch is er altijd dat stemmetje dat zegt ‘vrije tijd moet je verdienen’. Die diepgewortelde angst dat vrije tijd egoïstisch is, maakt dat ik het moeilijk vind om – voornamelijk zelf opgelegde – verplichtingen aan de kant te zetten, en gewoon te genieten van hier en nu. Het is makkelijker om in mijn hoofd bezig te zijn met wat er nog niet is, wat niet goed genoeg is, wat nog moet, dan om stil te zijn en de schoonheid van het moment te ervaren.

Stil zijn is supereng

Ik weet dat in één keer afkicken geen optie is. Niet praktisch ook, want de afwas moet gewoon gedaan worden, en de rekeningen betaald. Dus ik besloot om in ieder geval een paar uurtjes echt voor mezelf te nemen. Stil te zijn. Laptop dicht. Telefoon aan de kant. Het grappige is, dat besluit ik heel regelmatig, maar op de een of andere manier sla ik dan door naar een min of meer vegetatieve status waarin ik een heel seizoen ‘White Collar’ kijk op Netflix. En dat noem ik dan ontspannen. Stiekem weet ik wel waarom. Echt stil zijn is supereng. Want als er geen prikkels van buitenaf binnenkomen, hebben mijn gedachten vrij spel. Alleen zijn met de stemmen (figuurlijk dan) in mijn hoofd, is eigenlijk helemaal niet zo rustig.

Zowel druk bezig zijn met alles wat zogenaamd moet, als mijn gedachten overstemmen met spannende achtervolgingsscenes en onrealistische scenario’s, zijn stiekem hetzelfde: vluchten voor de stilte. En overstemmen van de herrie in mijn hoofd. Alsof je met een hamer op je duim slaat, zodat je vergeet dat je knie pijn doet.

God in de chaos

Maar ik leer. En ik heb hoop voor mezelf. Want in de stilte blijk ik niet alleen te zijn. Het heeft geen zin om weg te rennen van de chaotische gedachten. Als ik stil word, is God daar. En hij weet precies wat er in mij omgaat, en wat ik nodig heb. In Psalm 46:11 staat het zo: “Word rustig en weet dat ik God ben.” Eugene Peterson vertaalt het indien mogelijk nog treffender: “

“Step out of the traffic! Take a long, loving look at me, your High God, above politics, above everything.”

Gelukkig heeft God geen perfecte zen-achtige status nodig om te kunnen spreken. Om echt rust te vinden hoef je niet het hele leven aan de kant te schuiven. Je hoeft je to-do-list niet te deleten (gelukkig!). Het gaat vooral om aandacht. Om luisteren. Een lange, liefhebbende blik op God werpen. En dan zien dat Hij al die tijd al jouw kant op keek.

Adem in, adem uit.

En nog een keer.

Dezelfde God die uit chaos de wereld schiep, die met Zijn stem een storm stil legde, weet ook wel raad met mijn warrige, bij vlagen overbezorgde hoofd. En dat is een geruststellende gedachte.

4276731632_eef658943f_b

Veertig dagen

Een tijdje geleden – om precies te zijn op 1 januari – begon ik vol goede moed aan een soort persoonlijk project. De hele Bijbel doorlezen in een jaar. Driehonderdvijfenzestig dagen. Of driehonderdzesenzestig, want het is een schrikkeljaar. Ik schreef erover in deze blog.

Zoiets had ik al een keer eerder gedaan, gewoon uit interesse: kijken of het zou lukken. Maar dat moet minstens 8 jaar geleden zijn. Dus: toen ik single was. En toen ik geen kind had. En hele nachten sliep.

Mislukt?

Het is nu veertig dagen later, en ik ben tot de voorzichtige conclusie gekomen dat dit voor mij niet gaat werken. Want om heel eerlijk te zijn: het lukt me gewoon niet. Ik had me voorgenomen om het ‘project’ niet te gebruiken als een soort test om te zien of ik wel een goed christen ben. Ook zonder een afstreeplijstje weet ik wel dat ik vast niet aan alle zogenaamde eisen voldoe. Daar heb ik geen reminders voor nodig. Dat ik niet echt meer geloof in al die eisen, is stof voor weer een heel andere blog. Ik wilde vooral onderzoeken of ik de Bijbel op een andere manier kon lezen – hele verhalen achter elkaar, de context begrijpen, Jezus beter leren kennen. En gelukkig zijn dat niet de dingen waarop ik ben afgeknapt.

Zo veel woorden

Mijn grootste probleem? De hoeveelheid woorden. Zo. Veel. Woorden. Sinds ik een zogenaamd mom brain heb, kan ik volgens mij nog maar een beperkte hoeveelheid informatie opslaan. En mijn hersenen bepalen zelf wel wélke informatie dat dan is. Ik zou willen dat ik wat meer was zoals Sherlock (de Benedict Cumberbatch versie uiteraard). In een van de afleveringen van deze briljante serie, plaagt Watson Sherlock een beetje, omdat Sherlock blijkbaar niet wist dat de aarde om de zon draaide. Watson komt erachter dat het Sherlock ontbreekt aan allerlei algemene kennis. Maar onze held heeft daar een simpele verklaring voor: Hij besluit gewoon welke kennis en feitjes hij relevant vindt voor zijn functioneren, en welke niet. En wat hij dan niet meer nodig heeft, delete hij uit zijn geheugen.

In mijn hoofd zitten nu vooral liedjes van Woezel en Pip. Boodschappenlijstjes. Wachtwoorden en BSN nummers. En ik merk elke keer dat als ik er eens goed voor ga zitten om een paar hoofdstukken in de Bijbel te lezen, het er gewoon niet in past. Er vallen me soms een paar zinnen op, of een stuk van een verhaal. Dat vind ik inspirerend en daar wil ik meer over weten, over nadenken en met God over praten. Maar dan ‘moet’ ik dus nog twintig pagina’s, die net zo inspirerend en uitdagend zijn als die daarvoor (geslachtsregisters even niet meegerekend). En ik heb besloten dat ik daar niet veel wijzer van word.

Hoe nu verder?

Maar wat nu dan? Hoe ga ik verder? Want ik blijf erbij dat ik de Bijbel in wil duiken, ervan wil leren, ervan wil leren houden. Het toeval (toeval?) wil dat vandaag precies de start is van weer een periode van veertig dagen. Namelijk de veertigdagentijd: een periode van voorbereiding en bezinning voordat het Pasen is. Traditioneel een tijd waarin mensen vasten – tegenwoordig op allerlei creatieve manieren, nadenken over waar ze staan in relatie tot God en de wereld om hen heen, en zich bezinnen op prioriteiten en bijzaken.

Mijn komende veertig dagen ga ik nadenken over hoe ik ruimte kan maken. In mijn hoofd – dus waarschijnlijk iets minder Netflix en iets meer stilte. In mijn hart – iets minder stress over of ik wel genoeg lees en iets meer luisteren naar wat God door de tekst wil zeggen. En als we toch bezig zijn, kan een beetje ruimte in mijn handelen ook geen kwaad – iets minder druk zijn met ‘rommelen’ en meer bewust mijn tijd indelen.

Ik ben benieuwd. Over veertig dagen hoor je hoe het ging…

IMG_0266

Genesis

Vandaag begin ik in Genesis. Hoe cliché. Maar ik heb er goede redenen voor. Een heel praktische is dat ik ben begonnen met een ‘lees-de-hele-bijbel-in-een-jaar rooster’. Ik heb eigenlijk een beetje een ingewikkelde verhouding met Bijbelleesroosters. Ze beginnen meestal met goede voornemens, en eindigen net als hardloopschoenen en smoothiemakers de derde week van februari onder een laag stof en schuldgevoelens.

Letterlijk?

Maar in het afgelopen jaar ben ik anders gaan kijken naar de bijbel. Er meer van gaan houden, er meer mee gaan stoeien. Het grappige is: hoe minder je de woorden gebruikt als handleiding voor het leven – met hapklare teksten om te citeren in elke situatie, hoe meer de woorden hun eigen leven mogen leiden. Ik heb vaak de bijbel gelezen met een bepaalde verwachting: antwoorden, een gevoel, zoeken naar DE waarheid. Daar is op zichzelf niet zoveel mis mee, de bijbel heeft ook vele van die dingen in zich. Maar de tekst laat zich niet gebruiken, de bijbel is zichzelf. Woorden van mensen die door de eeuwen heen hun ontmoetingen met God beschreven. Hun idee over wat God met de wereld voorhad, soms gericht tot een heel volk, soms direct en persoonlijk. Het zijn niet allemaal mooie rooskleurige verhalen. Al snel na de eerste dagen wordt de tekst grimmiger en minder geschikt voor lieve kinderbijbel verhaaltjes. Hoe hou je dan het lezen vol? Misschien door juist die verwachtingen opzij te zetten. De vraag te stellen wat dit verhaal vertelt over God, maar ook over de mensen die het opschreven.

Theoloog Peter Enns zegt het zo: “De bijbel is het verhaal van God, verteld vanuit het beperkte oogpunt van echte mensen die leefden in een bepaalde plaats en tijd.”

Dan heeft het minder te maken met of je alle teksten ‘letterlijk’ neemt (dat lijkt in sommige kringen een soort toverwoord dat bepaalt of je een goed christen bent of niet) maar meer met hoe serieus je het verhaal van God neemt. Mijn goede voornemen dit jaar is om alles te lezen in het licht van wie Jezus is. Jezus als het ultieme Woord van God, die in zijn persoon heeft laten zien Wie God is.

Ritme

Ik heb nog meer redenen om bij Genesis te beginnen vandaag. Namelijk omdat Genesis zo’n beetje het mooiste, meest diepzinnige stuk poëzie is dat ik ooit gelezen heb. Het spreekt over een nieuw begin, over Gods adem, over schoonheid en leven. Het is een beetje als de frisse wind die ik vanochtend op de fiets in mijn gezicht voelde. Iets dat je wakker schudt. Je schikt er eerst een beetje van, maar als je eenmaal goed wakker bent neem je een diepe teug en voel je dat je leeft! Het gaat over een ritme. Het ritme van nacht en dag, en weer nacht en weer dag, na elke donkere nacht, komt er weer een dag. En dan is er rust. Dat ritme is waar ik dit nieuwe jaar naar verlang. De hoop van elke keer een nieuwe dag. Van orde uit de chaos. En Hij zag dat het goed was.

Dit jaar sluit ik aan bij die duizenden mensen die de woorden lezen, ze ter harte nemen, erover nadenken. Ik dans mee op het ritme van hoop en zing de woorden van leven. Met elke dag een nieuw begin.

Wil je zelf ook in een jaar de hele Bijbel doorlezen? En weet je niet hoe je dat vol kunt houden, of hoe je door die lastige stukken komt? Kijk dan eens op www.bijbeljaar.nl. Echt een aanrader!