IMG_0266

Genesis

Vandaag begin ik in Genesis. Hoe cliché. Maar ik heb er goede redenen voor. Een heel praktische is dat ik ben begonnen met een ‘lees-de-hele-bijbel-in-een-jaar rooster’. Ik heb eigenlijk een beetje een ingewikkelde verhouding met Bijbelleesroosters. Ze beginnen meestal met goede voornemens, en eindigen net als hardloopschoenen en smoothiemakers de derde week van februari onder een laag stof en schuldgevoelens.

Letterlijk?

Maar in het afgelopen jaar ben ik anders gaan kijken naar de bijbel. Er meer van gaan houden, er meer mee gaan stoeien. Het grappige is: hoe minder je de woorden gebruikt als handleiding voor het leven – met hapklare teksten om te citeren in elke situatie, hoe meer de woorden hun eigen leven mogen leiden. Ik heb vaak de bijbel gelezen met een bepaalde verwachting: antwoorden, een gevoel, zoeken naar DE waarheid. Daar is op zichzelf niet zoveel mis mee, de bijbel heeft ook vele van die dingen in zich. Maar de tekst laat zich niet gebruiken, de bijbel is zichzelf. Woorden van mensen die door de eeuwen heen hun ontmoetingen met God beschreven. Hun idee over wat God met de wereld voorhad, soms gericht tot een heel volk, soms direct en persoonlijk. Het zijn niet allemaal mooie rooskleurige verhalen. Al snel na de eerste dagen wordt de tekst grimmiger en minder geschikt voor lieve kinderbijbel verhaaltjes. Hoe hou je dan het lezen vol? Misschien door juist die verwachtingen opzij te zetten. De vraag te stellen wat dit verhaal vertelt over God, maar ook over de mensen die het opschreven.

Theoloog Peter Enns zegt het zo: “De bijbel is het verhaal van God, verteld vanuit het beperkte oogpunt van echte mensen die leefden in een bepaalde plaats en tijd.”

Dan heeft het minder te maken met of je alle teksten ‘letterlijk’ neemt (dat lijkt in sommige kringen een soort toverwoord dat bepaalt of je een goed christen bent of niet) maar meer met hoe serieus je het verhaal van God neemt. Mijn goede voornemen dit jaar is om alles te lezen in het licht van wie Jezus is. Jezus als het ultieme Woord van God, die in zijn persoon heeft laten zien Wie God is.

Ritme

Ik heb nog meer redenen om bij Genesis te beginnen vandaag. Namelijk omdat Genesis zo’n beetje het mooiste, meest diepzinnige stuk poëzie is dat ik ooit gelezen heb. Het spreekt over een nieuw begin, over Gods adem, over schoonheid en leven. Het is een beetje als de frisse wind die ik vanochtend op de fiets in mijn gezicht voelde. Iets dat je wakker schudt. Je schikt er eerst een beetje van, maar als je eenmaal goed wakker bent neem je een diepe teug en voel je dat je leeft! Het gaat over een ritme. Het ritme van nacht en dag, en weer nacht en weer dag, na elke donkere nacht, komt er weer een dag. En dan is er rust. Dat ritme is waar ik dit nieuwe jaar naar verlang. De hoop van elke keer een nieuwe dag. Van orde uit de chaos. En Hij zag dat het goed was.

Dit jaar sluit ik aan bij die duizenden mensen die de woorden lezen, ze ter harte nemen, erover nadenken. Ik dans mee op het ritme van hoop en zing de woorden van leven. Met elke dag een nieuw begin.

Wil je zelf ook in een jaar de hele Bijbel doorlezen? En weet je niet hoe je dat vol kunt houden, of hoe je door die lastige stukken komt? Kijk dan eens op www.bijbeljaar.nl. Echt een aanrader! 

 

4424835837_7a88303b08_z

Stress, stilte en een slapende baby

4424835837_7a88303b08_zAl een paar weken heb ik stress. Waarom is op zich niet zo interessant. Iedereen heeft weleens stress. Of het nou is vanwege de naderende kerst met ingewikkelde familie, of een lastige situatie op het werk. Tot op zekere hoogte is het zelfs gezond: je wordt alert, presteert er beter van, wordt scherper.

Behalve dus als het te lang duurt, en je niet meer zomaar de knop om kunt zetten om weer rustig te worden.

‘As we speak’ zit ik op een relaxte bank in een fijn koffiezaakje met een cappuccino en een red velvet muffin. Daar zou je toch spontaan van in opperste ontspanning raken. Maar dat lukt dus niet.

Mijn psycholoog (ja, ik ben pas nog in therapie geweest, schaam ik me niks voor) was nogal fan van alles wat met zenboeddhisme te maken had, en wees mij voortdurend op meditatie en mindfulness. Mijn eerste reactie was: “Daar heb ik toch helemaal geen tijd voor!”

Oeps.

In de tijd dat ik bij haar kwam, heb ik veel geleerd over het verwerken van trauma’s, het accepteren van verandering en ook over het omgaan met spanning. Maar dat betekent niet dat ik me niet meer laat beïnvloeden door omstandigheden, of dat ik de rust zelve ben.

Vaak ben je zelf de laatste die doorheeft wat er aan de hand is. In mijn geval betekent zoiets dat ik eerst boos ben op mijn man over de shirts die hij verkeerd heeft opgevouwen, dan mijn geduld verlies met mijn dochter, die supergraag Nijntje wil kijken terwijl ik net Sesamstraat heb aangezet. Zodra ik met barstende hoofdpijn neerplof op de bank – en nu geen gezeur meer aan mijn hoofd! – vraagt manlief of alles goed gaat. Met alle risico’s van dien.

De enige manier om de stress te lijf te gaan heeft weinig te maken met Bridget Jones kijken en warme chocolademelk drinken. Hoewel dat wel enorm fijn is. Het lijkt meer op rustig ademhalen, achterhalen waar al die rotgevoelens vandaan komen, en volle aandacht geven aan wat echt belangrijk is.

Het heeft te maken met ruimte. Ruimte durven innemen voor mezelf. Maar ook ruimte maken in mijn leven voor rust. Ruimte in mijn hart voor emoties. Het gemene van stress is dat het, vaak ongemerkt, al mijn aandacht en energie opeist. Helder nadenken lukt niet meer, en stilzitten en nadenken (laat staan mediteren) lijkt een onbereikbaar doel. En toch kies ik daarvoor. Tegen alle gevoel in.

Sinds afgelopen zondag leven we in de adventstijd. De periode voor de kerst wordt gebruikt om stil te worden, na te denken, ons hart voor te bereiden op de komst van het beloofde Kind. Van de Vredevorst, die geboren werd in alle kwetsbaarheid. Overal om me heen zie ik kerststress. Want we moeten het zo perfect en mooi mogelijk zien te vieren. Met de juiste spullen, de beste outfits, de blingste kerstboom. Maar dat is niet de voorbereiding waar ik het over heb.

Ik denk aan de zin uit mijn favoriete kerstlied: “Let every heart prepare Him room.” Dat is waar advent om draait. Stil worden en plaats maken in mijn hart, zodat ik niet afgeleid ben door alle omstandigheden, maar mijn ogen kan openen voor het Kind dat hoop bracht in de wereld die in brand stond.

Terwijl ik zit te schrijven en te denken aan dat kleine baby’tje, en hoe Hij tegen alle verwachtingen in de Redder van de wereld werd, komt een moeder op de bank tegenover me zitten met een piepklein kindje, nog maar een paar weken oud schat ik. Ze vraagt of ik er bezwaar tegen heb als ze hem hier even voedt. Mijn hart slaat een sprongetje over. Niet van stress, maar van ontroering. “Natuurlijk niet, ga lekker zitten!” roep ik bijna te enthousiast uit. Want mama’s die hun kind de borst geven, mogen wat mij betreft enorm in de watten gelegd worden. Misschien heeft het iets te maken met dat het in mijn geval niet mogelijk was om zelf te voeden, of dat ik weet dat het leven van een jonge moeder verre van stressvrij is. Misschien is dit wel een zeldzaam momentje in een hectisch bestaan. Hoe dan ook, ze nestelt zich op de bank en het kindje valt al drinkend bijna in slaap.

Ik mijmer verder over stress, ruimte, rust en hoop. De moeder tegenover me heeft geen idee. Zonder het te weten vormt zij een eilandje van rust, in de drukke stad. Geen sessie mindfulness die opkan tegen het beeld van een slapende baby.

Die stress, die komt morgen wel weer, vrees ik. Maar ik denk dat er zojuist een klein beetje ruimte in mijn hart is vrijgekomen.

tim-mossholder-298394

Moederhart

Sinds ik een kind heb, ben ik een watje. Ik kan nergens meer tegen. Nu was ik al nooit heel stoer, dat kan mijn omgeving bevestingen. Ik ben in mijn hele leven nog nooit in een spookhuis geweest. En op de kermis is het reuzenrad zo’n beetje het spannendste wat ik doe. Bij enge films zit ik met opgetrokken knieën en een kussentje op schoot.

Maar nu ik moeder ben, komt daar bij dat ik echt niks meer kan zien waarin kinderen iets aangedaan wordt. Eerder vond ik dat uiteraard ook heel erg – ik snap niet waarom mensen vrijwillig kijken naar een film waarin een baby moet huilen, ook al is het fictie en hebben ze het kind vast niet stiekem geknepen – maar tegenwoordig doet het me bijna fysiek pijn.

In mijn rustige uurtjes (als mijn eigen kind slaapt) kijk ik graag wat Netflix ter afleiding, dat is geen geheim. Een van mijn guilty pleasures daar is House, M.D.. Een serie over een neurotische doch briljante arts die bovengemiddeld goed is in diagnoses stellen en vreemdsoortige ziektes genezen. Maar als ik in de beschrijving van de aflevering lees dat het over een kind gaat, sla ik lekker over.

Waarschijnlijk herkennen de meeste moeders dit, en misschien veel vaders ook, al lijken die iets beter in fictie en werkelijkheid van elkaar scheiden. Ik denk soms dat het bij mij iets heftiger is omdat mijn kind ook écht ziek is geweest. Als een moeder dan afscheid moet nemen van wat haar het meest dierbaar is, ben ik in een klap terug bij die paar keer dat het bij mij ook zo voelde. De momenten dat ik dacht dat ik haar nooit meer terug zou zien. Dat ik haar nooit meer mocht knuffelen, zien lachen, zien opgroeien tot kleuter, brugklasser, en uiteindelijk volwassen vrouw.

Huilen bij het nieuws

Gisteren keek ik naar het nieuws. Het ging, voor de zoveelste keer de afgelopen maanden, over vluchtelingen op een boot. Ik kijk niet graag naar het nieuws, maar ‘dwing’ mezelf af en toe om verder te kijken dan mijn eigen veilige huiskamer en te zien wat er in de wereld gebeurt. En er gebeurt nogal veel. De beelden van gisteren kan ik denk ik nooit meer uit mijn geheugen wissen: een jong echtpaar met een kind, dat net op het nippertje van de verdrinkingsdood gered werd. De vader had de dreumes aan zijn armpje boven het water gehouden, net zolang tot de reddingsboot er was. En nu voeren ze mee naar de veilige kust van Lampedusa. Waar ze een bijzonder onzekere toekomst te wachten stond. Ik heb nog niet vaak gehuild bij het nieuws, maar gisteren wel.

Twittermodder

Even later checkte ik uit gewoonte even mijn Twitter account. Ik ben bevriend met een kamerlid, die zich voor zijn partij bezig houdt met de problematiek rondom vluchtelingen. Hij had iets getweet over de rampzaligheden van die dag, en kreeg direct flinke bakken modder over zich uitgestort. Ik ben mij bewust van de vreemde werking van de anonimiteit van social media waardoor mensen blijkbaar alles kunnen zeggen, maar toch even wat citaten:

“ Ze zijn nog maar net uit de kust hoor, hadden net zo goed zelf kunnen terugzwemmen.”
“ Stelletje gelukzoekers.”
“ Ze moeten niet zielig doen, ze kennen de risico’s.”

Ik vroeg hem of dat wel vaker gebeurt, waarop hij antwoordde dat Twitter een soort nieuwe klaagmuur is geworden. Soms krijgt hij constructieve kritiek, maar vaak ook harde, pijnlijke opmerkingen.

God als moeder

Terug naar mijn moederhart. Ik las deze teksten met op mijn netvlies nog het jonge gezin met kind, de vader die het armpje zelfs in de reddingsboot nog stevig vast bleef houden. En met in mijn herinnering mijn eigen verscheurde hart toen ik in het ziekenhuis afscheid moest nemen van mijn eigen baby. Een baby waar kosten nog moeite voor bespaard bleven. En dankzij al die inzet, al die betrokkenheid, is ze er nog – en ligt ze nu lekker een middagdutje te doen na een uitgebreide speelsessie met water, bootjes, schepjes en gespetter. Dat gun ik deze ouders ook. Ik bid voor ze dat dit kind ooit ook zorgeloos met bootjes mag spelen.

Ik gun het onze maatschappij dat wij de waarde van ieder mens kunnen zien. Misschien moeten we daarvoor door de ogen van een moeder kijken. Misschien moeten we God vragen of we heel even door Zijn ogen mogen kijken. Misschien ben ik helemaal geen watje, maar heb ik juist een klein beetje te pakken van Zijn enorme Moederhart (hoe gek dat ook klinkt). Ik weet niet alle oplossingen, en ik ben niet geschikt voor de politiek. En eigenlijk ook niet echt geschikt voor Twitterdiscussies. Maar wat ik wel kan, is mezelf, en anderen, eraan herinneren dat elk leven telt.

Sinds ik een kind heb, ben ik strijdlustiger dan ooit.

baby steps

Op eigen benen

Afgelopen week was er een vol mijlpalen. Hele grote, en iets minder grote. Het was bijvoorbeeld de tweede verjaardag van onze kleine spruit. Twee jaar geleden begon Evi als een heel klein minispruitje haar gevecht om het leven buiten de (toen al niet meer zo comfortabele) buik van mama aan te kunnen. en omdat ze daar veel te vroeg mee was begonnen, was dat een enorme strijd. Dat ze de twee jaar gehaald heeft, en nu een blij, pittig dametje is, durfden we toen nog niet te hopen. Dus dat moest gevierd worden! Met taart, kadootjes en af en toe even terugdenken aan de heftige periode vlak voor tot lang na haar geboorte.

Eigen benen
Ook was er voor het laatst iemand van de kinderthuiszorg om voor Evi te zorgen. Het contact is officieel afgesloten. En hoe fijn ik het ook vind om niet meer steeds al die mensen over de vloer te hebben, ik zal de lieve, deskundige verpleegkundigen ook missen. Zonder die ‘back-up’ van een (bijna) altijd bereikbare verpleegkundige, moeten we toch weer wat meer ‘op eigen benen staan’.
Over op eigen benen staan gesproken, Evi doet enorm haar best om dat ook letterlijk voor elkaar te krijgen. In opperste concentratie staat ze heel voorzichtig op en kijkt dan om zich heen of iemand het gezien heeft. En of er iets is om zich aan vast te houden. Als ik haar een handje geef, stapt ze dapper door de kamer. Het duurt vast niet lang meer voor ze de volgende mijlpaal haalt: helemaal zelf lopen!
Nu is mijn eigen ervaring dat leren lopen met vallen en opstaan gaat. En dat is soms een pijnlijke aangelegenheid. Mijn ooit zo kwetsbare meisje kukelt regelmatig omver, struikelt over haar eigen voeten en valt dan (meestal) redelijk zacht op haar dikke luier. Ik wou dat ik haar tegen alle blauwe plekken kon beschermen. Dat elke vloer van zacht schuimrubber was en elke tafelhoek van pluche. Maar helaas, dat verkopen ze niet bij de IKEA. Wat het dichtst in de buurt komt, zijn van die plastic stootrandjes die je tegen de tafelhoek kunt plakken. Die vindt Evi ook heel leuk, vooral om eraf te peuteren dan…

Van proberen moet je het leren
Zelf geef ik de voorkeur aan dingen leren uit een boek. Ik ben altijd al een studiebol geweest, en geef niet graag toe dat ik toch het beste leer in de praktijk. Als er een schriftelijk examen bestond voor leren lopen, had ik het als peuter waarschijnlijk liever op die manier aangepakt. Ook met talen leren was ik altijd zo. Liever eerst alles onder de knie hebben, en dan pas ‘in het echt’ uitproberen. Zo heb je het minste risico op blunders en flaters. En op uitgelachen worden. Maar mijn kleuterjuf zei al: “Van proberen moet je het leren.” Dat mantra zit zo’n 30 jaar later nog steeds in mijn hoofd. Ze had vast wel gelijk, maar proberen is niet altijd leuk. Dat iets lukt, dát is leuk. Maar dat kan natuurlijk alleen maar als je af en toe risico’s durft te nemen!

Onbevangen op weg
Tijdens de kerkdienst gisteren, dacht ik over dit alles na. Ook die dienst stond in het teken van mijlpalen. Na 7 jaar gefunctioneerd te hebben als Vineyard ‘church plant’, met een fantastisch Amerikaans stel aan het roer, werd nu de leiding overgedragen aan een heuse Hollandse voorganger. Bij mij zorgde het voor gemengde gevoelens: Eric en Julia, de Amerikaanse voorgangers, zijn goede vrienden geworden. We hebben ontzettend veel samen meegemaakt, en ik vind het zo verdrietig om afscheid te moeten nemen, nu ze weer teruggaan naar het verre Ohio. Maar ik zie ook uit naar wat de toekomst gaat brengen voor en met Mark en Inez. Voor hen is dit een enorme stap. Wat spannend om aan zo’n avontuur te beginnen! Het is een beetje als het leren om op eigen benen te staan. Voor ons als kerk, voor hen als leiders.
Toen Mark en Inez trouwden, hadden ze als trouwtekst Psalm 84:12-13:
Want God, de HEER, is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert hij niet aan wie onbevangen op weg gaan. HEER van de hemelse machten, gelukkig de mens die op u vertrouwt.
Misschien is dit wel mijn allerfavorietste lievelingstekst. En dan vooral het woord ‘onbevangen’. Daar spreekt vertrouwen uit, en moed. Niet een naïef soort blinde liefde, maar het geloof dat ondanks alles, door alles heen, God er is. En God te vertrouwen is. Dat wens ik Mark en Inez toe in hun avonturen met Vineyard Amsterdam. En ik wens het Evi toe in het leren lopen, met vallen en opstaan. En ik wens het mezelf toe. Dat ik in alles, door alles, en soms ondanks alles, de goedheid van God mag vertrouwen. En dat als ik val, zelfs zonder schuimrubberen mat, Hij me helpt met opstaan.

image

Mijn innerlijke Judge Judy

Ik heb een stemmetje in mijn hoofd. Nou niet meteen in paniek raken en de dienstdoende psychiater bellen, het is niet echt hoorbaar. Maar een klein beetje last heb ik er toch wel van. Mijn stemmetje klinkt een beetje als Judge Judy. Ken je die nog? De Amerikaanse televisierechter die vooral in de jaren ’90 helemaal happening was. Ze genoot vooral populariteit van wege haar no-nonsense benadering, haar strenge blik en haar scherpe humor.

Sinds kort is ze weer opnieuw geïntroduceerd op RTL4, en zie ik haar gezicht tijdens het zappen af en toe voorbijkomen. Ik blijf er nooit bij hangen, maar ze zit dus toch in mijn hoofd.

Ze kijkt me vragend aan wanneer ik mijn dochter twee dagen hetzelfde rompertje laat dragen (wat nergens op slaat, want een rompertje dat langer dan een dag schoon blijft is een klein wereldwonder, wat gevierd moet worden door het gewoon nóg een dag aan te trekken). Of als de zon zo de kamer binnenschijnt dat je precies kunt zien waar ik al drie weken geen stofzuiger langs heb gehaald. Ze zucht hoofdschuddend wanneer ik de daklozenkrantverkoper voorbij loop. Ze is, zacht gezegd, nogal vermoeiend.

Ik wil namelijk alles goed doen. Maar dan ook echt alles. En als ik volgens mijn innerlijke rechter toch weer eens – onvermijdelijk – gefaald heb, slaat ze met haar hamer en verklaart mij ‘schuldig’.

Nu is Judge Judy in het echt vast een bijzonder aimabele vrouw, die in alle redelijkheid probeert recht te spreken. En als ze op visite zou komen, zou ze het vast niet erg vinden als ik haar thee in een chocolademelkbeker serveer. Ook zoiets wat ik eigenlijk niet vind kunnen.

Het probleem is, het gaat nooit lukken om alles goed te doen. Wie hou ik eigenlijk voor de gek? Ik zou Judy (ik mag Judy zeggen) eigenlijk de laan uit moeten sturen en accepteren dat ik ben zoals ik ben. Dat volmaakt ook maar saai is. Maar het lukt me niet.

Ik heb genade nodig. Overweldigend grote genade, kleine, zachte genade. Ruimte om adem te halen. Als het mij niet lukt om die rechter uit mijn hoofd te krijgen, heb ik iemand nodig die daarbij helpt. Want net als bij een heuse verslaving, ‘er gewoon mee stoppen’, lukt vooralsnog niet echt. Dus net als bij de AA, kom ik hier alleen vanaf met behulp van een Hogere Macht.

Gelukkig is ‘mijn’ Hogere Macht een God die een rechtvaardige rechter, maar ook liefdevolle Vader is. Gespecialiseerd in genade. Dus probeer ik ook vandaag mijn oren, mijn ogen en mijn hart te openen voor wat Hij te zeggen heeft over mij.

Ik heb weleens horen zeggen: “De duisternis verdwijnt niet uit de kamer door het weg te sturen, het gaat pas weg als je het licht aan doet.” Zo werkt het met die stemmetjes denk ik ook. Ik kan Judy wel heel hard negeren, of zeggen dat ze weg moet gaan, maar wat beter werkt is luisteren naar een Andere Stem.

Met mijn thee in een chocolademelkbeker nestel ik mij in mijn favoriete stoel, haal diep adem, doe mijn ogen dicht en bid: “Leer mij te genieten van Uw genade.”