B22230B6-E815-4CD6-BAEF-680E34CB25D1

God onze Moeder

De glorie en het ‘gedoe’ rond moederschap, ik ontkom er niet aan! Steeds neem ik me voor om over allerlei andere dingen te schrijven, maar steeds kom ik hierbij terug. Iets met ‘waar het hart vol van is’…

Daarom volgt binnenkort weer een serie Moedige Mama’s. Daarin hoop ik je te inspireren en bemoedigen met verhalen van vrouwen over hun avonturen en uitdagingen, hun overtuigingen, vragen en twijfels.

Zelf werd ik pas enorm geraakt door deze tekst. Ik hoorde hem als spoken word in een podcast en het liet me niet meer los. Ik dacht erover de tekst te vertalen, maar toen bleek iemand me voor te zijn geweest! Hopelijk zet het jou ook aan het denken over Wie God is, en wat de onschatbare waarde van moederschap is, of je nu eigen kinderen hebt of niet.

 

kraamjournal_orig

Leesvoer: Kraamjournal

Eindelijk weer tijd voor een boek! Ik heb het afgelopen jaar tijdens mijn zwangerschap heel wat boeken verslonden, maar daar kwam met de bevalling plotseling een eind aan. Geen tijd, geen concentratie, en vooral: zodra ik me ein-de-lijk op de bank nestel val ik in slaap.

Nu viel vorige week het Kraamjournal bij me op de deurmat en dat blijkt een welkome uitzondering te zijn. Uiteraard omdat het onderwerp me enorm aanspreekt: welke verse mama heeft er nu geen behoefte aan tips en trucs, ervaringen van andere moeders en vooral ook heel veel bemoediging? Het boek gaat van week tot week de kraamtijd door, in korte, hapklare stukjes. Dus precies handig om tussen het voeden, huilen (van de baby of jezelf) en verschonen door te lezen. Omdat het een zachte kaft heeft en het niet dichtvalt kun je het zelfs tijdens het voeden lezen!

Het boek begint bij de eerste dag en gaat door tot twaalf weken. Ook al was ik al in week zeven toen ik begon met lezen, stiekem heb ik ook wat teruggebladerd naar die eerdere periode. En meer dan eens dacht ik: “Had ik dat maar geweten in die week…” Vooral de niet zo leuke dingen, die je niet snel in allerlei tijdschriften en blogs leest, maken het een herkenbaar geheel. Het geeft mij in ieder geval het gevoel dat ik niet de enige ben die het soms even niet meer weet. Fijn ook dat er aandacht wordt besteed aan de rol van je relatie met God in dit alles. Iets als ‘Stille Tijd’ is ineens een stuk lastiger te organiseren – dat was het al, aangezien dit niet mijn eerste kind is en ik er trouwens al nooit heel goed in was – , maar juist die knipogen in de “Bakkie met Hem” geven genoeg inspiratie om me gelief en gekend te weten door God de Vader (die als hemelse Papa ook héél goed met baby’s en mama’s om kan gaan vermoed ik).

Zelf mocht ik aan het boek bijdragen door een stukje te schrijven over mijn vorige kraamtijd, die er eigenlijk amper was, omdat Evi al die tijd in het ziekenhuis lag, en ikzelf ook een flinke klap had gekregen van de traumatische bevalling en het HELLP-syndroom. In het stuk beschrijf ik hoe dat voelde vraag ik me hardop af hoe het is om een min of meer gewone kraamtijd te hebben. Inmiddels weet ik dat, maar dat is stof voor een andere keer… wel heel apart om terug te lezen wat ik dacht en hoopte, nu het daadwerkelijk zo ver is!

Al met al: een dikke aanrader voor alle zwangere en net bevallen vriendinnen, zussen, collega’s. Of natuurlijk gewoon voor jezelf. En eh, alvast een tipje van de sluier: als je bij week zeven bent aangeland, waar ik dus begon, kom je erachter dat er geen onderwerp wordt geschuwd. Dit boek gaat echt over alles…

Kraamjournal Boek omslag Kraamjournal
Daniëlle Koudijs
Vuurbaak
28-10-2017

Verkrijgbaar via o.a. Power to the Mama's, Bol.com en christelijke boekhandels.

IMG_5011

Lekker vasthouden

Loslaten is niet mijn sterkste kant. Daar werd ik gisteravond tijdens een liefdevolle maar stevige schoudermassage weer aan herinnerd door mijn immer knedende echtgenoot. Ik maak me over te veel dingen zorgen. Ik denk altijd drie stappen vooruit over wat er allemaal mis zou kunnen gaan. En sinds ik weer een baby heb, vind ik het bijzonder moeilijk om niet op elk huiltje, zuchtje en kreuntje te reageren – terwijl ik dit schrijf kijk ik af en toe angstvallig naar de babyfoon.

Het is een beetje een toverwoord lijkt het wel, dat ‘loslaten’. Elke therapeut noemt het, de Happinezz en de FLOW schrijven erover, iedereen die ook maar een béétje een burn-out heeft gehad (en wie is dat nou niet) kan het woord bijna niet meer horen. “Als je los laat, heb je twee handen vrij,” zegt de altijd inspirerende filosoof Loesje.

Daar heeft ze overigens wel een punt. Een zeer praktisch punt ook, zeer toepasbaar in mijn nieuwe babywereld. Want zo’n hummeltje wil dus veel liefde en aandacht en moet vaak huilen enzo, maar er moeten ook af en toe dingen gedaan worden. Dus de hele tijd op je arm houden zit er niet echt in. Vandaar dus dat ik mijn weg probeer te vinden met een draagdoek. Is nog een hele klus trouwens, om dat een beetje mooi te knopen. Maar als ‘ie goed zit heb ik een tevreden baby en dat zorgt dan weer voor een relaxte mama.

Vanmiddag zat – of hing – ze bij me tijdens ons dagelijkse wandelingetje richting supermarkt. Inderdaad, mijn wereld is tijdelijk niet zo groot, ik vind een pak yoghurt en een brood halen al een hele prestatie. Ik ben meer dan moe door de gebroken nachten, het vele gehuil, door mijn onzekerheid over werkelijk álles. Maar gelukkig scheen de zon en was de kleine dame eindelijk in slaap gevallen. Op een muurtje bij het parkeerterrein zat een clubje plaatselijke daklozen en verslaafden. Niet dat je dat aan ze ziet hoor, maar aangezien het vlakbij het gebouw van de verslavingszorg zit, en ik een aantal van de mannen herken van mijn werk bij het Leger des Heils, weet ik een beetje wie het zijn. “Goed vasthouden hoor!” riep een van de heren terwijl ik voorbijliep. Ik beloofde mijn best te doen en deed mijn boodschapje. Op mijn terugweg zaten ze er nog. “Dat moet wel heel lekker zitten zo, voor zo’n baby,” merkte een voor mij onbekende meneer op. Ik bleef even stilstaan en zei dat ik dat ook wel dacht. En zo ontstond er een gesprek tussen de mannen en mij, en tussen de mannen onderling. Over slapen als een baby, ouders die wel of niet knuffelen en troosten, hoe hun eigen moeder dat vroeger deed. Het moet een mooi gezicht geweest zijn: mama en baby omgeven door wat smoezelig uitziende heren in een geanimeerd gesprek. Ik wenste ze een fijne dag verder en zij wensten mij liefde en geluk. En in het altijd charmante Zaanse accent: “Lekker blijven vasthouden hoor!”

Onderweg naar huis dacht ik na. Over vasthouden en loslaten. Over dat je om los te kunnen laten soms iets eerst moet leren vasthouden. Over hoe ik mijn handen en mijn hart vrij kan laten zijn. Daar ben ik voorlopig nog wel mee bezig vermoed ik, maar dit momentje, dit hou ik nog even vast.

silke

Dapper

Daar ben ik weer. Na een nogal lange tijd van afwezigheid. Ik had andere dingen te doen, zoals zwanger zijn, moe zijn, al het mogelijke doen om een iets te kleine baby groot genoeg te laten worden (wat in de praktijk dus neerkomt op veel pillen slikken en juist heel weinig doen). En nu is ze er dus. Onze Silke Julia. Zo’n twee weken geleden geboren in heel andere omstandigheden dan de heftige crisis waarin Evi een paar jaar geleden ter wereld kwam. Volgens mij waren mijn eerste woorden na de – geplande – keizersnee, behalve “Wow, daar is ze dan” en een paar snikken en tranen: “Zo kan het dus ook!”

Ik ben hevig verliefd op dit meisje, en ook op haar naam. Silke heeft eigenlijk twee betekenissen . Het hangt er een beetje vanaf of je voor de Duitse of de Friese variant gaat. Het betekent namelijk zowel ‘hemels’ als ‘overwinning’. En pragmatisch als we zijn, hebben mijn man en ik besloten dat het dus gewoon een combi is, en dat deze pittige kleine dame een hemelse overwinning is. Een soort statement naar de wereld toe: samen met God durfden we dit avontuur aan te gaan, en hoe spannend het ook was – en is – samen met God vieren we dat we een gezond kindje hebben, en niet onbelangrijk: een gezonde mama.

Toen ik 27 weken zwanger was had ik een heel raar en dubbel gevoel. Evi werd geboren met 27,2 weken zwangerschap. Dit was de mijlpaal der mijlpalen. Alles na de 27 weken was nieuw, anders, elke dag erbij een mini overwinning. Ik grapte weleens dat ik juichend alle kwaaltjes voor lief nam. En daar moest ik mezelf, kijkend naar mijn dikke voeten die niet eens meer in mijn slippers pasten, of wakker van het brandend maagzuur, af en toe even flink aan herinneren.  In die week las ik toevallig (helemaal niet toevallig natuurlijk) Psalm 27, waar in de Engelse variant heel mooi staat “I will see the goodness of the Lord in the land of the living.” Dat was mijn houvast, en bleef het tot die mooiste mijlpaal van 39 weken zwangerschap: de geplande geboortedatum van Silke.

En toch is het ook pittig. Dacht ik dat ik tijdens de zwangerschap moe was, dan is het nu ongeveer honderd keer zo heftig. Ik zag er zo naar uit om alle eerste keren te ervaren: een gezonde baby na een paar daagjes bijkomen in het ziekenhuis gewoon mee naar huis nemen, meemaken dat de baby zelf wil drinken, een week lang kraamzorg, het eerste wandelingetje na de keizersnee samen met baby en kleuter naar de speeltuin (in plaats van in een rolstoel van het Ronald McDonaldhuis naar het ziekenhuis gebracht worden om even te mogen knuffelen, als ik geluk had). Ongeveer dagelijks vraag ik me af: ‘Hoe dóen mensen dit in vredesnaam!?’ Hormonen die van gekkigheid niet weten waar ze heen moeten, tranen met tuiten, meer onzekerheid dan al mijn examens ooit bij elkaar. Wat nou roze wolk?

Stapje voor stapje leer ik voor dit kleine mensje zorgen. Ik leer door wat ik mezelf hoor zeggen tegen Evi. Die stoere kleuter die begin van dit schooljaar voor het eerst naar school ging. Dat vond, en vindt, ze soms supereng. Maar ze gaat, en komt meestal stralend – en doodmoe – thuis. Regelmatig zeg ik tegen haar: “Als je bang bent, moet je soms dapper zijn.” We hebben haar al vanaf dat ze kon praten ons mantra geleerd: “Evi is sterk, stoer en dapper.” Een soort eigen variant op die mooie quote uit The Help, “You is kind, you is smart, you is important.”

De afgelopen jaren heb ik volop de kans gehad om te leren dat dapper zijn niet betekent dat je niet bang bent. Het betekent niet dat je niet kwetsbaar bent, of onzeker. Het betekent dat je jezelf laat zien. Dat je ondanks de angst een stap in de goede richting durft te zetten.  Zoals Evi soms met knikkende knieën naar school gaat (niet dat ze de keuze heeft om thuis te blijven, maar toch…) en al liedjes zingend weer thuis komt, zo ga ik ook met knikkende knieën dit nieuwe moederschap tegemoet. En met wallen onder mijn ogen. Maar die schijnen erbij te horen.

Misschien tijd voor een Moedige Mama’s serie 2? Dan doe ik bij deze zelf de aftrap…

 

 

603256_501522903215146_836184365_n

Nooit meer een killer body – een blog voor World Pre-Eclampsia Day

Vanochtend opende ik in een onbewaakt ogenblik ergens tussen ontbijt en werk mijn facebook account – ik vergeet namelijk steeds dat ik die eigenlijk van mijn telefoon wilde verwijderen.

Nog voor ik goed en wel met mijn ogen kon knipperen, verschenen er drie artikelen op mijn schermpje. Iets over of ik al bikini-proof ben, een artikel over World Pre-Eclampsia Day, en een betoog over het wel of niet willen hebben van een killer body. Lekker begin van de dag, met mijn broodje hagelslag net achter de kiezen.

Ik ben vast niet de enige die het opvalt dat er wel érg veel artikelen over het vrouwelijk lijf gaan. Hoewel het vast iets te maken met mijn instellingen en cookies (letterlijk en figuurlijk), dus wellicht verraadt het vooral wat mij blijkbaar bezighoudt. Oeps.

Bikinilijf

Over dat bikinilijf kan ik kort en krachtig zijn. Ik heb vorige week net een heuse tankini besteld bij de Wehkamp. Toen ik hem vers uit de verpakking voor me hield dacht ik vooral: “Ik hoop dat hij niet past, want mán wat moet je voor dit bikinibroekje blijkbaar een reusachtig achterwerk hebben.” Uiteraard paste het perfect en stond het nog leuk ook. Ik heb er overigens wel een flinke buik in. Maar dat kan ook te maken hebben met het feit dat ik 22 weken zwanger ben, en dat zo’n buik er dan min of meer bij hoort. Het heeft ook wel iets comfortabels inmiddels. Ik ben voorbij de ongemakkelijke fase waarin mensen zich afvragen of die prachtige rondingen komen door grote hoeveelheden pizza en chocola, of dat er sprake is van eh, verzachtende omstandigheden. Maar goed, ik zou kort en krachtig zijn: ik heb een lijf. En ik heb een bikini. Dus dat bikinilijf: check.

Wat me meer raakte was het zoveelste discussie artikel over dat killer body. Ik dacht eerlijk gezegd dat de hype alweer een beetje over was. Dat we met z’n allen hadden besloten dat een perfect strak lichaam, onwaarschijnlijk veel sporten en hopeloos weinig calorieën eten niet het belangrijkste in het leven was. Maar toch steekt het nog af en toe de kop op. En toen ik de term killer body las in hetzelfde schermpje als het artikel over World Pre-Eclampsia Day werd ik ineens even heel boos.

HELLP!

Misschien zeggen  de termen pre-eclampsie of HELLP syndroom je niet veel. Dat kan zelfs heel goed en is juist een van de redenen dat er een speciale dag is uitgeroepen om ze onder de aandacht te brengen. We hebben het hier namelijk over een bijzonder heftige zwangerschapscomplicatie, die zo’n 1 op de 20 zwangere vrouwen treft. Vroeger was pre-eclampsie ook wel bekend als zwangerschapsvergiftiging (eng woord hè?),  een combinatie van factoren die ervoor zorgen dat zowel de moeder als de baby ernstige risico’s lopen. Het kan alleen optreden, of overgaan in het HELLP syndroom. Als je daar meer over wilt weten, kijk vooral even hier:

 

 

 

Tijdens mijn vorige zwangerschap werd ik er, omdat ik de symptomen niet herkende en mijn omgeving en zelfs de verloskundige eigenlijk ook niet, met 27 weken door overvallen. Van de ene op de andere dag was ik doodziek, en voor ik het wist lag ik in een ambulance richting een academisch ziekenhuis. Nog geen 12 uur later was mijn dochter er – ze moest wel geboren worden, omdat ik het zelf anders niet had overleefd. De nasleep was heftig en duurde lang. Het is nogal een combinatie om zelf zo ziek te zijn en daarnaast een piepkleine premature baby te hebben die maandenlang in het ziekenhuis moet blijven en ook daarna nog flink wat uitdagingen voorgeschoteld krijgt.

Pech gehad?

En nu ben ik dus weer zwanger. Het is niet toevallig dat het 4 jaar duurde voor ik het weer aandurfde. Terugkijkend was het rond deze termijn dat ik ziek begon te worden. Maar zoals ik al schreef, ik had het zelf niet echt door. Ik dacht gewoon dat ik pech had dat de misselijkheid nooit overging. Dat migraine af en toe gewoon voorkwam. Dat ik misschien toevallig een paar keer achter elkaar iets had dat voelde als griep. Ik dacht dat het een kwestie van jammer was dat mijn buik niet hard groeide maar mijn gezicht wel opzwol. Gelukkig ervaar ik nu niks van dat alles – en word ik enorm in de gaten gehouden door allemaal witte jassen die samen met mij willen voorkomen dat ik nog een keer door zo’n hel moet.

Liever leven

Ik had letterlijk een killer body. Een lijf dat vocht tegen zichzelf, en tegen het lieve kleine meisje dat tegen alles in probeerde te groeien en te overleven. Een lijf dat het bijna niet gered had, en na die heftige ervaring ook nooit meer helemaal ‘de oude’ is geworden.

Vanochtend wist ik het ineens: ik wil nooit meer een killer body. Ik wil juist een lichaam dat leven gééft. Ik wil een veilige omgeving zijn voor het meisje dat ik nu zachtjes voel schoppen. Een lijf als thuis voor een nieuw leven dat nog helemaal tot bloei mag komen. En als ze er eenmaal is, wil ik dat datzelfde lijf nog steeds voelt als een veilige thuishaven. Liever lief en zacht, mooi en mama.

Ik wil leven, knuffelen, stoeien, borstvoeding kunnen geven, genieten en mét een paar rondingen die extra goed uitkomen in zo’n leuke bikini. Of gewoon een fleurig zomerjurkje. Vanaf vandaag ga ik voor een nieuwe term: een leeflijf.