Genade in de supermarkt

supermarktIk spaar ongemakkelijke momenten. Ik heb er al heel veel. Goede plekken om ongemakkelijke momenten te verzamelen, zijn: in de wachtkamer bij de huisarts, in een volle tram of in de rij voor de kassa.

Omdat ik niet zo groot ben, verdwijn ik wanneer ik moet staan in een volle tram bijvoorbeeld altijd onder iemands oksel. En bij de huisarts word ik altijd aangesproken door een bejaarde dame die me inwijdt in de geheimen van haar medische toestand. Misschien heeft iedereen dat wel hoor, maar sinds ik schrijf, merk ik dat het allemaal wat meer blijft hangen.

Pijnlijker nog dan een ongemakkelijke situatie die mij zelf overkomt, is de categorie ‘iemand anders overkomt iets en ik kan er niks aan doen en ik weet niet of ik lief moet lachen of vol medelijden moet ingrijpen’. Zo eentje had ik afgelopen week.

Ik stond af te rekenen bij de supermarkt, en achter mij was een man begonnen met het uitladen van zijn over-overvolle kar. Voor een weeshuis, minstens. Weer achter hem schoof een mevrouw aan met precies één pak wc-papier. Verder niks. Dat was het.

Als ik die meneer was geweest, had ik niet geweten hoe snel ik had moeten zeggen: “Ga maar even voor hoor!” Ik bedoel, misschien was de nood wel erg hoog. Stel dat er bij haar thuis iemand met de broek op de enkels op het kleine kamertje zat. “Els, ik dacht dat jij deze keer….? Oh shit!” Letterlijk dus. Maar dat gebeurde niet. ‘Els’ probeerde het voorzichtig. “Meneer, zou ik misschien even voor mogen?” Hij hoorde haar niet. Of hij negeerde haar. Toen iets minder voorzichtig: “Kuch, kuch… Meneer? Ik heb maar heel weinig! Mag ik misschien?” En toen gebeurde het. Hij zei gewoon nee.

Ongemakkelijk. Voor haar, maar ook voor mij. In mijn hoofd speelde zich een heel gesprek af. Wat nu als ik zou zeggen dat ze wel achter mij mocht? Maar zo werkt het niet. Ik keek haar aan en haalde mijn schouders op. Ik trok dat rare gezicht dat je alleen trekt als je eigenlijk niet weet hoe je moet kijken. Een mengeling van medelijden, berusting, met een soort scheve glimlach erbij. Zag er vast niet uit.

Ik liet de twee achter, samen met de kassière. En besloot dat dit moment in mijn opschrijfboekje moest. Op weg naar huis bedacht ik dat deze scene alles met genade te maken had. Genade in de supermarkt. ‘Els’ had natuurlijk nergens recht op. Maar het mooie aan genade is dat je soms iets kunt geven voor niks. Zomaar, omdat je iemand dat gunt. Uit liefde, uit je eigen overvloed, uit medeleven. Genade kun je niet opeisen. Maar je kunt er wel om vragen.

Dat betekent dat je risico neemt. Je weet de uitkomst niet. Je kunt alleen maar vertrouwen op de goedheid van de ander. De vergelijking met God zal ik maar niet maken, die kun je vast zelf wel bedenken. Ik schreef perongeluk bijna ‘bedanken’. Misschien wel zo toepasselijk.

Ik hoop maar dat het goedgekomen is. De volgende keer reken ik gewoon die wc-rollen voor haar af. Bij mijn eigen spullen. Jammer genoeg dat ik dat soort oplossingen meestal pas achteraf bedenk.

 

(Image credits: Thijmen Stam // Creative Commons)

Deel dit:
Share