Lekker vasthouden

Loslaten is niet mijn sterkste kant. Daar werd ik gisteravond tijdens een liefdevolle maar stevige schoudermassage weer aan herinnerd door mijn immer knedende echtgenoot. Ik maak me over te veel dingen zorgen. Ik denk altijd drie stappen vooruit over wat er allemaal mis zou kunnen gaan. En sinds ik weer een baby heb, vind ik het bijzonder moeilijk om niet op elk huiltje, zuchtje en kreuntje te reageren – terwijl ik dit schrijf kijk ik af en toe angstvallig naar de babyfoon.

Het is een beetje een toverwoord lijkt het wel, dat ‘loslaten’. Elke therapeut noemt het, de Happinezz en de FLOW schrijven erover, iedereen die ook maar een béétje een burn-out heeft gehad (en wie is dat nou niet) kan het woord bijna niet meer horen. “Als je los laat, heb je twee handen vrij,” zegt de altijd inspirerende filosoof Loesje.

Daar heeft ze overigens wel een punt. Een zeer praktisch punt ook, zeer toepasbaar in mijn nieuwe babywereld. Want zo’n hummeltje wil dus veel liefde en aandacht en moet vaak huilen enzo, maar er moeten ook af en toe dingen gedaan worden. Dus de hele tijd op je arm houden zit er niet echt in. Vandaar dus dat ik mijn weg probeer te vinden met een draagdoek. Is nog een hele klus trouwens, om dat een beetje mooi te knopen. Maar als ‘ie goed zit heb ik een tevreden baby en dat zorgt dan weer voor een relaxte mama.

Vanmiddag zat – of hing – ze bij me tijdens ons dagelijkse wandelingetje richting supermarkt. Inderdaad, mijn wereld is tijdelijk niet zo groot, ik vind een pak yoghurt en een brood halen al een hele prestatie. Ik ben meer dan moe door de gebroken nachten, het vele gehuil, door mijn onzekerheid over werkelijk álles. Maar gelukkig scheen de zon en was de kleine dame eindelijk in slaap gevallen. Op een muurtje bij het parkeerterrein zat een clubje plaatselijke daklozen en verslaafden. Niet dat je dat aan ze ziet hoor, maar aangezien het vlakbij het gebouw van de verslavingszorg zit, en ik een aantal van de mannen herken van mijn werk bij het Leger des Heils, weet ik een beetje wie het zijn. “Goed vasthouden hoor!” riep een van de heren terwijl ik voorbijliep. Ik beloofde mijn best te doen en deed mijn boodschapje. Op mijn terugweg zaten ze er nog. “Dat moet wel heel lekker zitten zo, voor zo’n baby,” merkte een voor mij onbekende meneer op. Ik bleef even stilstaan en zei dat ik dat ook wel dacht. En zo ontstond er een gesprek tussen de mannen en mij, en tussen de mannen onderling. Over slapen als een baby, ouders die wel of niet knuffelen en troosten, hoe hun eigen moeder dat vroeger deed. Het moet een mooi gezicht geweest zijn: mama en baby omgeven door wat smoezelig uitziende heren in een geanimeerd gesprek. Ik wenste ze een fijne dag verder en zij wensten mij liefde en geluk. En in het altijd charmante Zaanse accent: “Lekker blijven vasthouden hoor!”

Onderweg naar huis dacht ik na. Over vasthouden en loslaten. Over dat je om los te kunnen laten soms iets eerst moet leren vasthouden. Over hoe ik mijn handen en mijn hart vrij kan laten zijn. Daar ben ik voorlopig nog wel mee bezig vermoed ik, maar dit momentje, dit hou ik nog even vast.

Deel dit:
Share