Mijn meisje met haar ijsje – van dagdroom tot smeltgevaar

Al een jaar of vier heb ik een plaatje in mijn hoofd. Het begon met een soort dagdroom, vage contouren van een meisje met blond haar, in haar hand, wel scherp te zien, een aarbeienijsje. Eén bolletje op een hoorntje. 

De oplossing die een probleem werd

Vier jaar geleden schreef ik namelijk een stuk voor Kleine Maatjes (het ‘vakblad’ voor de Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen). Het was een themanummer over eet-en drinkproblemen bij couveusekinderen, en na iets meer dan een jaar ouderschap van onze kleine hummel was ik daar al ruim ervaringsdeskundige in. Evi had al vanaf haar prille begin een voedingssonde. Dat is heel gebruikelijk bij baby’s die extreem prematuur geboren worden, die kindjes kunnen namelijk nog niet goed zelf ademen en slikken. Al had ze misschien gewild, ze was gewoonweg niet sterk genoeg om zelf te kunnen drinken. 

Helaas was dat niet haar enige probleem, en we waren meer in het ziekenhuis dan daarbuiten. Na een tijdje bleek wel dat ze van die sonde niet zomaar af zou komen, dus begonnen we ons te verdiepen in oplossingen voor de langere termijn. En tijdens de opname dat haar neussonde vervangen zou worden voor eentje die direct in haar maag en darmen geplaatst werd, zat ik naast haar bed te typen. Ik wist nog niet dat de oplossing (de sondevoeding) ook het probleem kon worden (want: zo moeilijk om weer vanaf te komen). Ik schreef over de pijn, maar ook de hoop dat het ooit ‘goed zou komen’, en sprak mijn droom uit dat ze ooit zou ontdekken hoe heerlijk aardbeienijsjes zijn. Vanaf toen had ik dus dat plaatje in mijn hoofd. 

Van dagdroom naar foto

Nu heb ik dat plaatje ook op mijn telefoon staan. Een echte foto. Van een echt blond meisje van vijf jaar met een aardbeienijsje in haar hand. Mijn meisje met haar ijsje. 

Het was niet makkelijk om zover te komen. En ik weet ook niet of ik er toen, naast haar bedje, rekening mee gehouden had dat het lang – heel lang- zou duren. We hadden gehoopt dat ze misschien ‘de smaak te pakken’ zou krijgen. Dat ze zou leren wat honger is, en dat je met eten ervoor kunt zorgen dat dat gevoel verdwijnt. “Zien eten doet eten” zeiden zoveel mensen, of “je moet gewoon geduld hebben.” Nou, nee dus. Het werd eettherapie. 

De eerste stap was een lepeltje water. En na heel veel stappen kreeg ze een beetje vla weg. Als het in de zomer héél heet was, durfde ze wel aan mijn ijsje te likken. Een paar kleine likjes, en dan mocht ik de rest. Nu sla ik een ijsje nooit af, maar toch is bij mijn kleine meid elke hap die ze niet neemt de confrontatie met onze realiteit. “Welk kind lust er nou geen ijsjes?” Ik hoorde het nog net achter mijn rug, goed bedoeld, met een knipoog waarschijnlijk. “Dit kind”, dacht ik. Mijn kind.

Ijsjesmeneer

En toen kwam er in de lente een nieuwe ijssalon in de straat. Op loopafstand, precies goed voor een wandelingetje met baby en kleuter. Dus op de dag na de opening stonden we in de rij. “Gewoon proberen”, dacht ik. Als ze het niet wil is het ook goed. 

Maar ze wilde wel. Eerst koos ze heel voorzichtig. Bananensmaak leek haar wel wat. En ja hoor, dat ging erin. Een paar likjes en wat hapjes van het hoorntje. Dus we kwamen nog eens terug. Baby’s moeten nou eenmaal uitgelaten worden, en het ligt zo op de route… Steeds koos ze voor banaan. Totdat die er dus een keer niet was. Chocola leek haar ook wel wat, wonder boven wonder. Ik genoot van haar bruine snoet. “Je moest eens weten,” dacht ik als ik de vertederde blikken van de andere klanten zag. 

Ik raakte in gesprek met de ijsjesmeneer, zoals hij volgens Evi heet. Hij vertelde bevlogen over de verse smaken, zijn liefde voor kwaliteit, zijn hart voor de zaak. Hij merkte op hoe gezellig het was dat Evi zo vaak een ijsje kwam halen. Dus besloot ik om een tipje op te lichten van de sluier. Da het eigenlijk heel bijzonder is dat ze zijn ijsjes zo lekker vindt, ze proeft vast de liefde die erin zit! 

De ijsjesmeneer slikte even. Evi kreeg een aai over haar bol, en ik ook. En sindsdien zijn ze dikke maatjes. 

Een paar dagen later was het zover. Ze wilde die roze. Die met aardbeiensmaak. Vrolijk huppelde ze met haar iets te snel smeltende trofee naar huis. Het plaatje in mijn hoofd werd ineens haarscherp. Dit keer moest ik zelf even slikken. 

Smeltgevaar

Wat in mijn hoofd misschien het einde van een lange weg was, bleek eigenlijk een voorzichtig beginnetje. Het is een lang proces dat stap voor stap gaat. Er zijn dagen dat ze niks eet. Er zijn dagen dat ze met smaak van alles probeert, maar het niet wegkrijgt en weer uitspuugt. En er zijn (veel) dagen dat het enige dat lukt een aarbeienijsje is. 

We blijven hopen, we blijven werken, we blijven oefenen met geduld hebben en accepteren. En in de tussentijd neem ik af en toe een likje, en smelt ik van binnen als ze zegt: “Mama, ijsjes zijn heel erg mijn lievelings.” Mijn lieveling…

Deel dit:
Share