Moederhart

Sinds ik een kind heb, ben ik een watje. Ik kan nergens meer tegen. Nu was ik al nooit heel stoer, dat kan mijn omgeving bevestingen. Ik ben in mijn hele leven nog nooit in een spookhuis geweest. En op de kermis is het reuzenrad zo’n beetje het spannendste wat ik doe. Bij enge films zit ik met opgetrokken knieën en een kussentje op schoot.

Maar nu ik moeder ben, komt daar bij dat ik echt niks meer kan zien waarin kinderen iets aangedaan wordt. Eerder vond ik dat uiteraard ook heel erg – ik snap niet waarom mensen vrijwillig kijken naar een film waarin een baby moet huilen, ook al is het fictie en hebben ze het kind vast niet stiekem geknepen – maar tegenwoordig doet het me bijna fysiek pijn.

In mijn rustige uurtjes (als mijn eigen kind slaapt) kijk ik graag wat Netflix ter afleiding, dat is geen geheim. Een van mijn guilty pleasures daar is House, M.D.. Een serie over een neurotische doch briljante arts die bovengemiddeld goed is in diagnoses stellen en vreemdsoortige ziektes genezen. Maar als ik in de beschrijving van de aflevering lees dat het over een kind gaat, sla ik lekker over.

Waarschijnlijk herkennen de meeste moeders dit, en misschien veel vaders ook, al lijken die iets beter in fictie en werkelijkheid van elkaar scheiden. Ik denk soms dat het bij mij iets heftiger is omdat mijn kind ook écht ziek is geweest. Als een moeder dan afscheid moet nemen van wat haar het meest dierbaar is, ben ik in een klap terug bij die paar keer dat het bij mij ook zo voelde. De momenten dat ik dacht dat ik haar nooit meer terug zou zien. Dat ik haar nooit meer mocht knuffelen, zien lachen, zien opgroeien tot kleuter, brugklasser, en uiteindelijk volwassen vrouw.

Huilen bij het nieuws

Gisteren keek ik naar het nieuws. Het ging, voor de zoveelste keer de afgelopen maanden, over vluchtelingen op een boot. Ik kijk niet graag naar het nieuws, maar ‘dwing’ mezelf af en toe om verder te kijken dan mijn eigen veilige huiskamer en te zien wat er in de wereld gebeurt. En er gebeurt nogal veel. De beelden van gisteren kan ik denk ik nooit meer uit mijn geheugen wissen: een jong echtpaar met een kind, dat net op het nippertje van de verdrinkingsdood gered werd. De vader had de dreumes aan zijn armpje boven het water gehouden, net zolang tot de reddingsboot er was. En nu voeren ze mee naar de veilige kust van Lampedusa. Waar ze een bijzonder onzekere toekomst te wachten stond. Ik heb nog niet vaak gehuild bij het nieuws, maar gisteren wel.

Twittermodder

Even later checkte ik uit gewoonte even mijn Twitter account. Ik ben bevriend met een kamerlid, die zich voor zijn partij bezig houdt met de problematiek rondom vluchtelingen. Hij had iets getweet over de rampzaligheden van die dag, en kreeg direct flinke bakken modder over zich uitgestort. Ik ben mij bewust van de vreemde werking van de anonimiteit van social media waardoor mensen blijkbaar alles kunnen zeggen, maar toch even wat citaten:

“ Ze zijn nog maar net uit de kust hoor, hadden net zo goed zelf kunnen terugzwemmen.”
“ Stelletje gelukzoekers.”
“ Ze moeten niet zielig doen, ze kennen de risico’s.”

Ik vroeg hem of dat wel vaker gebeurt, waarop hij antwoordde dat Twitter een soort nieuwe klaagmuur is geworden. Soms krijgt hij constructieve kritiek, maar vaak ook harde, pijnlijke opmerkingen.

God als moeder

Terug naar mijn moederhart. Ik las deze teksten met op mijn netvlies nog het jonge gezin met kind, de vader die het armpje zelfs in de reddingsboot nog stevig vast bleef houden. En met in mijn herinnering mijn eigen verscheurde hart toen ik in het ziekenhuis afscheid moest nemen van mijn eigen baby. Een baby waar kosten nog moeite voor bespaard bleven. En dankzij al die inzet, al die betrokkenheid, is ze er nog – en ligt ze nu lekker een middagdutje te doen na een uitgebreide speelsessie met water, bootjes, schepjes en gespetter. Dat gun ik deze ouders ook. Ik bid voor ze dat dit kind ooit ook zorgeloos met bootjes mag spelen.

Ik gun het onze maatschappij dat wij de waarde van ieder mens kunnen zien. Misschien moeten we daarvoor door de ogen van een moeder kijken. Misschien moeten we God vragen of we heel even door Zijn ogen mogen kijken. Misschien ben ik helemaal geen watje, maar heb ik juist een klein beetje te pakken van Zijn enorme Moederhart (hoe gek dat ook klinkt). Ik weet niet alle oplossingen, en ik ben niet geschikt voor de politiek. En eigenlijk ook niet echt geschikt voor Twitterdiscussies. Maar wat ik wel kan, is mezelf, en anderen, eraan herinneren dat elk leven telt.

Sinds ik een kind heb, ben ik strijdlustiger dan ooit.

Deel dit:
Share