Mooie, gebroken mensen – een kijkje in het Museum of Humanity

Een beeld zegt soms meer dan duizend woorden. Sommige beelden zeggen zoveel dat ik er zelf een beetje sprakeloos van word. Zo’n foto die recht je hart binnenkomt. Fotograaf Ruben Timman is expert in precies dat soort plaatjes. 

Al jarenlang is hij bezig met zijn droom – een letterlijke en figuurlijke – om het ‘Museum of Humanity’ op te richten. Een oneindige verzameling portretten die de schoonheid en waardigheid van mensen laten zien middenin een gebroken wereld. 

Minimeisje op de foto

In die rol kwamen we hem een paar jaar geleden tegen op een festival. Hij stond er met zijn mobiele studio en vroeg of hij een foto mocht maken van ons dreumesje van net 1 jaar. Het werd een heftig, confronterend plaatje. Op dat moment vond ik dat nog niet: we zaten nog middenin de achtbaan van ziekenhuis in – ziekenhuis uit. Het was net even een ‘rustige’ periode, maar de sporen van haar eerste, heftige levensjaar waren direct op haar gezicht te zien. Niet alleen de sonde in haar neus, inclusief kapotte wangen van de pleisters die steeds vervangen moesten worden, maar ook de intense en vermoeide blik. Een minimeisje met al een heel leven achter zich – en gelukkig ook nog een heel leven voor zich.

De foto belandde op een stapel ergens in de administratie, steeds een stukje verder onderop de stapel. Ik dacht er niet meer aan, tot ik een paar maanden geleden ineens een berichtje op social media voorbij zag komen over de ontwikkelingen van Rubens droom: een boek, een tentoonstelling en een echt museum. In het concept van het prachtige boek ook de foto van ons eigen kunstwerk. En met inmiddels een paar jaar extra vreugde en zorgen, ziekte en overwinningen achter de rug leek het alsof haar kleine blauwe oogjes direct in mijn ziel keken. 

Tentoonstelling

Ook de tentoonstelling kwam er, met een exemplaar van het boek prominent bij de ingang. Dus liepen we daar een paar weken geleden langs de levensgrote afdrukken. Bij elke foto stonden we even stil. De dreumes van toen was mee en bewonderde luidruchtig: “O mama, dat meisje heeft mooie haren!” en: “Die jongen moet een beetje huilen, maar misschien gaat zijn mama hem wel troosten.” “Wat heeft die meneer een mooie bruine kleur…” 

Ik nam haar mee naar het boek met haar eigen gezicht erin. Ze herkende zichzelf niet. Dacht dat het haar babyzusje was. “Nee mama, dat is niet kleine Evi. Ik ben toch al groot?” Ze heeft ook geen slangetje meer in haar neus. Dat is namelijk verplaatst naar haar buik – zelf eten is nog steeds een enorme uitdaging voor haar, en wellicht ook de meest zichtbare, ook al zie je dat slangetje dus minder prominent zitten. 

Wel tekende ze zelf het gastenboek, omdat ze sinds kort haar eigen naam kan schrijven. E-V-I schreef ze met het puntje van haar tong tussen haar lippen. En daarna gingen we lunchen. En om maar aan te geven hoe sterk, stoer en dapper ze is, at ze zomaar een paar happen van een heus kindermenu. 

Gebroken kunstwerken

En terwijl ik met open mond naar mijn smakkende meisje keek, moest ik denken aan die Japanse kunstvorm, ‘kintsugi’, waar gebroken aardewerk wordt gerepareerd met goud. Je blijft de barsten zien, maar die geven het kunstwerk juist zijn schoonheid. 

Die schoonheid heeft Ruben prachtig in beeld gebracht. In de duizenden foto’s die hij inmiddels heeft gemaakt, en voor mij in het bijzonder van onze Evi.  Al die mensen zijn het – met open mond – bekijken meer dan waard.

 

* Ruben is druk bezig om via crowdfunding zijn boek gepubliceerd te krijgen. Lees hier meer over zijn droom en over hoe je hem hierin kan steunen. 

Deel dit:
Share