Spiegeltje aan de wand

Zoals bijna elke dag, had ik haast. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ik hoefde niet echt ergens heen, had geen afspraken. De boodschappentas was zwaar en ik was moe van het winkelen samen met mijn peuter.

Peuters en haast zijn nooit een goede combinatie overigens. Want blijkbaar is er ook op kniehoogte (of misschien juist wel) bijzonder veel te zien en ontdekken. En voor elke ontdekking moet even pauze genomen worden van het lopen, of in dit geval van het boodschappen thuisbrengen.

Maar mama had geen zin in nieuwe ontdekkingen. Ik wilde de boel uitpakken en opruimen, even zitten, hopend dat de peuter net zoveel behoefte had aan een middagslaapje als ik. Dus terwijl we van de Albert Heijn richting de fietsenstalling liepen, oefende ik lichte dwang uit: “Kom op Evi, nu even meelopen.” Ik trok zelfs een beetje aan haar arm. Wat bijna nooit helpt.

“Nee mama, moeten even prinses kijken…” In de verste verte was geen prinses te bekennen. Ik ben er stiekem best trots op dat de hele ‘Frozen’ rage aan haar voorbij is gegaan, en ze niet zo is van de Elsa of Anna jurken. Maar ze verzette geen stap. Pas toen ze met haar vinger richting het grote winkelraam wees, en met haar zomerjurk begon te draaien, had ik het door: het hele raam was één grote spiegel. Geen Anna of Elsa: een heuse prinses Evi!

Met een nauwelijks hoorbare, maar wel degelijk voelbare zucht zette ik mijn tas op de grond. “Goed, snel dan. Wat een mooie prinses in de spiegel!” Blijkbaar werden we van een klein afstandje gadegeslagen – ons gesprekje was de bejaarde dame naast ons op de stoep niet ontgaan. Even dacht ik dat we in de weg stonden, en ik wilde al aan de kant stappen. Maar dat hoefde niet van haar. Vastbesloten nam de mevrouw plaats naast mijn miniprinses. Ze boog zich naar Evi: “Mooi he, zo’n spiegel? Ik wil zelf ook altijd even kijken.” Ze rommelde in haar tas en haalde er een kam uit, leunde nog iets dichter naar het raam toe, en fatsoeneerde haar witgrijze permanentje. “Zo, nu lopen we er allebei weer netjes bij.”

De peuter en de mevrouw waren voor eventjes bondgenoten in de onthaasting. Partners in verwondering. En zonder het te weten hielden ze met hun onderonsje mij ook een spiegel voor. In het raam zag ik nog net mijn verhitte, bezwete gezicht. Met daarom een grote glimlach.

Ineens was het moment weer voorbij. “Dag mevrouw!” zei de peuter vrolijk. “Dag prinses!” antwoordde de bejaarde dame. Zij begrepen elkaar, en ik hen nu ook een beetje beter.

Als ik later oud ben wil ik ook een permanent. En dat ik dan altijd een kam bij me heb. Dat ik altijd tijd heb om even stil te staan. En met net zoveel verwondering en genegenheid naar mezelf kijk als de jonge en de oude dame van vandaag.

 

Deel dit:
Share