Veertig dagen

Een tijdje geleden – om precies te zijn op 1 januari – begon ik vol goede moed aan een soort persoonlijk project. De hele Bijbel doorlezen in een jaar. Driehonderdvijfenzestig dagen. Of driehonderdzesenzestig, want het is een schrikkeljaar. Ik schreef erover in deze blog.

Zoiets had ik al een keer eerder gedaan, gewoon uit interesse: kijken of het zou lukken. Maar dat moet minstens 8 jaar geleden zijn. Dus: toen ik single was. En toen ik geen kind had. En hele nachten sliep.

Mislukt?

Het is nu veertig dagen later, en ik ben tot de voorzichtige conclusie gekomen dat dit voor mij niet gaat werken. Want om heel eerlijk te zijn: het lukt me gewoon niet. Ik had me voorgenomen om het ‘project’ niet te gebruiken als een soort test om te zien of ik wel een goed christen ben. Ook zonder een afstreeplijstje weet ik wel dat ik vast niet aan alle zogenaamde eisen voldoe. Daar heb ik geen reminders voor nodig. Dat ik niet echt meer geloof in al die eisen, is stof voor weer een heel andere blog. Ik wilde vooral onderzoeken of ik de Bijbel op een andere manier kon lezen – hele verhalen achter elkaar, de context begrijpen, Jezus beter leren kennen. En gelukkig zijn dat niet de dingen waarop ik ben afgeknapt.

Zo veel woorden

Mijn grootste probleem? De hoeveelheid woorden. Zo. Veel. Woorden. Sinds ik een zogenaamd mom brain heb, kan ik volgens mij nog maar een beperkte hoeveelheid informatie opslaan. En mijn hersenen bepalen zelf wel wélke informatie dat dan is. Ik zou willen dat ik wat meer was zoals Sherlock (de Benedict Cumberbatch versie uiteraard). In een van de afleveringen van deze briljante serie, plaagt Watson Sherlock een beetje, omdat Sherlock blijkbaar niet wist dat de aarde om de zon draaide. Watson komt erachter dat het Sherlock ontbreekt aan allerlei algemene kennis. Maar onze held heeft daar een simpele verklaring voor: Hij besluit gewoon welke kennis en feitjes hij relevant vindt voor zijn functioneren, en welke niet. En wat hij dan niet meer nodig heeft, delete hij uit zijn geheugen.

In mijn hoofd zitten nu vooral liedjes van Woezel en Pip. Boodschappenlijstjes. Wachtwoorden en BSN nummers. En ik merk elke keer dat als ik er eens goed voor ga zitten om een paar hoofdstukken in de Bijbel te lezen, het er gewoon niet in past. Er vallen me soms een paar zinnen op, of een stuk van een verhaal. Dat vind ik inspirerend en daar wil ik meer over weten, over nadenken en met God over praten. Maar dan ‘moet’ ik dus nog twintig pagina’s, die net zo inspirerend en uitdagend zijn als die daarvoor (geslachtsregisters even niet meegerekend). En ik heb besloten dat ik daar niet veel wijzer van word.

Hoe nu verder?

Maar wat nu dan? Hoe ga ik verder? Want ik blijf erbij dat ik de Bijbel in wil duiken, ervan wil leren, ervan wil leren houden. Het toeval (toeval?) wil dat vandaag precies de start is van weer een periode van veertig dagen. Namelijk de veertigdagentijd: een periode van voorbereiding en bezinning voordat het Pasen is. Traditioneel een tijd waarin mensen vasten – tegenwoordig op allerlei creatieve manieren, nadenken over waar ze staan in relatie tot God en de wereld om hen heen, en zich bezinnen op prioriteiten en bijzaken.

Mijn komende veertig dagen ga ik nadenken over hoe ik ruimte kan maken. In mijn hoofd – dus waarschijnlijk iets minder Netflix en iets meer stilte. In mijn hart – iets minder stress over of ik wel genoeg lees en iets meer luisteren naar wat God door de tekst wil zeggen. En als we toch bezig zijn, kan een beetje ruimte in mijn handelen ook geen kwaad – iets minder druk zijn met ‘rommelen’ en meer bewust mijn tijd indelen.

Ik ben benieuwd. Over veertig dagen hoor je hoe het ging…

Deel dit:
Share